Lid worden!
yh-0908-wervershoof-syngenta-open-dag-overzicht-proefveld--(2)

‘Gewoon proberen en goed kijken’

Peter van Houweling

Vollegrondsteler Eric Tilborghs uit Rijsbergen gebruikt diverse technieken om mineralen en gewasbeschermingsmiddelen efficiënter te benutten. Daarmee bespaart hij op die middelen, terwijl de werking vaak beter is.

Het bedrijf van Tilborghs ligt aan een doodlopende weg van enkele kilometers. Na de ruilverkaveling Weerrijs Zuid is zijn land bijna helemaal omsloten door natuur. Tilborghs teelt op echte zandgrond, ‘klapzand’. Op 45 hectare teelt hij aardbeien en bladgewassen, zoals Chinese kool, ijsbergsla en groenlof.

Strakke planning

Er is bijna het hele jaar een strakke planning. Als het weer het toelaat, plant hij wekelijks gewassen van 20 februari tot eind augustus. Hij oogst van mei tot december. Een vlakke arbeidsfilm met een vlakke afzet, dat is het streven. De ondernemer zet al het werk rond met zijn vrouw, een vaste medewerker en tijdens de piekmaanden in de zomer in totaal veertig seizoenmedewerkers. Dan moet het planten en oogsten tegelijk gebeuren.

Tilborghs is zich er terdege van bewust dat de intensieve teelten op het klapzand extra aandacht vragen van bemesting en gewasbescherming. Vooral het efficiënt benutten van mineralen is een uitdaging. Hij gebruikt daarom geen organische mest. ‘Dat past niet. Anders kun je geen kunstmest meer aanvoeren. Met kunstmest kun je beter sturen’, zegt hij.
Bovendien is het gebruik van organische mest op bladgewassen ‘not done’ in Global GAP. Toch loopt hij geen gevaar voor een teruglopend percentage organische stof. Want alleen al in de aardbeienteelt komt er jaarlijks 10 ton stro per hectare op het land.

Het goede moment

Het is voor Tilborghs de kunst om mineralen nauwkeurig toe te dienen, precies op de goede plek, op het goede moment, als de plant het nodig heeft. Daarom geeft hij zijn bladgewassen de vloeibare meststof Urean tijdens het planten, heel precies gedoseerd, met een slangenpomp op de plantmachine, pal naast de plantjes. De meststof bevat drie soorten stikstof, van snel tot langzaam werkend.

Tilborghs heeft de plantmachine met de slangenpomp nu drie jaar. Hij wil niet meer anders. ‘Het werkt uitstekend. Je bemest veel preciezer. Je hoeft één bewerking minder te doen, er is minder kans op uitspoeling omdat de meststof vlakbij de plant komt, en er is geen risico dat je na het planten het land niet op kunt om te bemesten. Het is veel bedrijfszekerder. Het geeft veel rust.’ Hij heeft de indruk dat deze techniek langzamerhand vrij gangbaar is. Maar als hij in gedachten nagaat welke collega’s diezelfde techniek toepassen, komt hij lang niet tot de helft.

Geen cijfers

De teler vindt het jammer dat er geen cijfers zijn over de benutting van de meststoffen met deze techniek. ‘We moeten teeltaanpassingen een beetje zelf uitvogelen, samen met onze adviseur.’ Dat is een van de redenen dat hij deelneemt aan het project Schoon Water voor Brabant en zich heeft aangemeld voor Brabant Bewust. ‘Je wordt er altijd wijzer van.’
Hij denkt dat hij in de bladgewassen niet veel meer kan doen om mineralen nog beter te benutten, vooral omdat bladgewas een relatief goedkope teelt is. ‘Het is centenwerk. Je moet oppassen dat je de teelt niet te duur maakt.’

Aardbeien zijn een gewas met een hogere omzet. Daar loont het eerder om een teeltmaatregelen te nemen die bijvoorbeeld 5 procent meer productie opleveren. In dat gewas gebruikt Tilborghs de gecoate meststof Agroblen. Die bestaat uit mineralen die van heel snel tot zelfs vier maanden na net toedienen het gewas continu voeding kunnen geven. Ook hier geeft hij de meststof precies in de rij, bij het plant.

Geloof

Bovendien probeert hij wortelstimulerende middelen en plantversterkers, in samenwerking met zijn leverancier Klep. Hij heeft een granulaatstrooier op zijn plantmachine laten bouwen om de stoffen te testen. Hij moet zelf uitvinden of ze effect hebben. ‘Gewoon proberen en goed kijken’, is zijn aanpak. ‘Als je het verschil ziet, maakt dat al veel duidelijk. Je moet er ook een beetje in geloven. Maar als je niets doet, weet je ook niet of het werkt.’

De Rijsbergenaar heeft ook bij de gewasbescherming geïnvesteerd in technieken die de efficiëntie vergroten. Hij heeft bijvoorbeeld een spuit met luchtondersteuning. Die spuit ‘veel effectiever’ dan een gangbare spuit, is zijn ervaring. ‘De indringing in het gewas is veel beter. Daarom heb je met minder middelen betere resultaten. Ik zou niet meer zonder luchtondersteuning kunnen spuiten.’

Schatting

Tilborghs kan niet precies zeggen hoeveel minder middel hij spuit. ‘Ik denk dat 10 procent wel een reële schatting is. Mijn kosten voor gewasbescherming zijn heel wat. De techniek betaalt zich zeker terug.’