Noord-Brabant maakt uitzondering op regels stalaanpassing voor stoppers

Header website_0000s_0015_Algemeen boerderij stal koeienstal

Brabantse veehouders die voor 1 januari 2028 willen stoppen, hoeven hun stallen niet aan te passen om de stikstofuitstoot te verminderen. Dat blijkt uit een reactie van de Gedeputeerde Staten op inbreng van onder meer ZLTO over de omgevingsvisie. De betreffende veehouders moeten dan wel hun veestapel verkleinen om de uitstoot van stikstof te beperken.


Brabantse veehouders hebben tot 2024 de tijd om hun stallen aan te passen zodat die voldoen aan de stikstofregels van de provincie. Voor veehouders is dat een zware investering. Een veehouder die richting het pensioen gaat en geen opvolger heeft, zou daardoor min of meer gedwongen worden om eerder te stoppen. Gedeputeerde Staten zegt nu dat er voor deze groep een uitzondering gemaakt zal worden.

De uitzondering biedt een extra optie voor boeren die in een benarde situatie zitten. Hij is toegevoegd aan de ontwerp omgevingsverordening na een reactie van ZLTO op die nieuwe wet. ‘Het is voor lang niet iedereen een oplossing, maar wel voor een aantal veehouders die geen opvolgers hebben maar wel nog een aantal jaar willen doorgaan’, zegt ZLTO-adviseur Anja Roes.

Om aanspraak te maken op de uitzondering moet de veehouder tussen 2024 en 2028 minder vee gaan houden, zodat wel aan de eisen voor emissiereductie wordt voldaan.

Als bedrijven het besluit om te stoppen heroverwegen, moeten ze per direct aan de staleisen van de provincie voldoen. Die mogelijkheid is er niet voor bepaalde gebieden dicht bij de natuur of kernen. Als een veehouder in die gebieden meedoet aan een stoppersregeling tekent hij er gelijk voor dat na 1 januari 2028 geen vee meer wordt gehouden op de locatie.

Heb je vragen of wil je weten wat deze regeling voor jouw bedrijf kan betekenen? Neem dan contact op met ZLTO Advies (Anja Roes (06 212 124 46) of Herman Cruijsen (06 295 202 67).