Brabantse veehouders hebben recht op gelijk speelveld

zlto---jaarverslag-7---omgevingsvergunningen---smets---paul-balemans-083569-1

ZLTO heeft kennisgenomen van het onderzoek dat bureau Connecting Agri & Food in opdracht van de provincie Noord-Brabant heeft uitgevoerd. ZLTO kan geen andere conclusie trekken dan dat er een ongelijk speelveld in Nederland dreigt te ontstaan, waarvan Noord-Brabantse veehouders nadrukkelijk de dupe worden.


Het rapport toont zonneklaar aan dat van de 4.300 veehouderijbedrijven in onze provincie er op 1 januari 2024 er bijna 1.500 gaan stoppen. Ruim 2.200 bedrijven moeten een vergunning aan vragen. Door de stoppers- en saneringsregeling varkenshouderij en de autonome ontwikkeling in de melkveehouderij is het aantal bedrijven en dieren de afgelopen jaren in Noord-Brabant al aanzienlijk afgenomen. Bij veel diercategorieën is dat meer dan 10 % en heeft dit 1,4 kiloton aan ammoniakreductie opgeleverd. Daardoor wordt veel minder stikstof uitgestoten dan provinciale rekenmodellen voorspelden.  

Tegelijkertijd verplicht de provincie een groot aantal veehouders in Noord-Brabant om voor 1 januari 2024 hun stallen aan te passen om verdere terugdringing van stikstofemissies te bevorderen. Daar zit een paradox en een ongelijkheid.

Oneerlijke concurrentie

Het aangekondigde beleid van de nieuwe regering ondersteunt ons pleidooi voor een gelijk speelveld. Het nieuwe kabinet trekt de komende jaren 25 miljard euro uit voor een transitie naar een circulaire Nederlandse land- en tuinbouw. Samen met de overheid gaat de sector werken aan een land- en tuinbouw met meer biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en minder uitstoot van ammoniak, CO2 en methaan.

De effecten van nieuw Haags beleid dreigen nu aan veel Brabantse veehouders voorbij te gaan. Het Brabantse beleid van scherpere ammoniakeisen voor Brabantse stallen in 2024 zal leiden tot een versnelde sanering van de Brabantse veehouderij:  één op de drie veehouders zal door deze maatregel het bedrijf voortijdig beëindigen. Duizenden andere veehouders zullen hun stallen wél aanpassen, wat hun investeringskracht voor jaren aantast en dus leidt tot oneerlijke concurrentie.

Immers, op basis van het nieuwe regeringsbeleid zal vanaf 2024 de landelijke transitie van de sector pas écht van de grond zal komen, inclusief de bijbehorende miljardeninvesteringen. Ook Brabantse veehouderhouders moeten hiervan kunnen profiteren.

Het onafhankelijke rapport toont zonneklaar aan dat de deadline van 1 januari naar 2024 leidt tot een ongelijk speelveld voor Brabantse veehouders. ZLTO vraagt het provinciebestuur daarom met  klem er alles aan te doen om Haagse subsidiegelden zo snel mogelijk naar Noord-Brabant te halen, opdat veehouders kunnen investeren. Dat is bestuurlijk en maatschappelijk correct en doet recht aan een gelijk speelveld voor Brabantse veehouders.