Zoetwater - beregenen

Ons weer wordt extremer: milde winters met heftige plensbuien gevolgd door kurkdroge zomers. Boeren en tuinders merken dit als eersten. Zij hebben immers voldoende water nodig om hoogwaardige gewassen te kunnen telen. Het doel van ZLTO is om de behoefte aan en de beschikbaarheid van zoet water in balans te brengen en te houden.

waterschade

Op dit moment is er nog voldoende water, maar dit is geen garantie voor de toekomst. Daarom doen boeren en tuinders veel om op hun gronden water beter vast te houden en slimmer te gebruiken. Boeren zijn belangrijke waterbeheerders. Als voorbeeld: in Brabant beheren zij meer dan 10 keer zoveel kilometer watergang dan de waterschappen. In een gemiddelde winter zijn de landerijen drijfnat, terwijl in de zomer de gewassen dreigen te verdrogen. Zaak dus om het overvloedige water vast te houden in het grondwater, om indien nodig in de zomer te kunnen beregenen.

Voorzichtige schattingen laten zien dat er een toename is van de behoefte aan water van tenminste 2% per jaar. De behoefte kan regionaal trouwens flink hoger zijn. Dat plaatst ons voor een grote opgave.

Standpunten ZLTO zoetwater - beregenen:

  • Het gebruik van water voor voedselproductie is hoogwaardig gebruik van deze natuurlijke hulpbron. Zeker als dit vergeleken wordt met het gebruik van ‘drinkwater’ voor toilet doorspoelen, douchen en tuinen besproeien.

  • ZLTO vindt dat in de winterperiode een veel groter deel van de neerslag vastgehouden moet worden in het eigen gebied. Daardoor neemt de droogte af en geven we inhoud aan ‘boeren hebben een oplossing’. Maar daarbij hebben boeren vaak wel de hulp nodig van de waterbeheerder.

  • Grondwaterberegening is een middel dat boeren liever niet inzetten, beregening kost immers tijd, geld en water. Beregening moet daarom de sluitpost zijn voor de watervoorziening.

  • Boeren en tuinders gebruiken slechts een fractie van het water dat op hun landerijen wordt opgevangen voor beregening. Agrariërs die aantoonbaar zuinig zijn met water of water aan het bodem- en watersysteem toevoegen, moeten daarvoor worden beloond. Bijvoorbeeld door extra beregeningsruimte.

  • Het belang van waterconservering, het vasthouden van regenwater, mag er niet toe leiden dat in neerslagrijke periodes onevenredige schade ontstaat als gevolg van wateroverlast.

Neerslag

Brabant telt 300.000 hectare landbouwgrond. Gemiddeld valt er op die oppervlakte jaarlijks 830 millimeter regen, 100 mm meer dan 50 jaar geleden. Boeren vangen op hun gronden dus 2,49 miljard m3 regenwater op. Gemiddeld wordt er 40 miljoen kuub beregend uit grondwater, in het extreem droge 2018 en 2019 ongeveer 90 miljoen kuub. Dit betekent dat boeren en tuinders slechts 5 procent oppompen van het water dat op de landerijen wordt opgevangen.

Beregening uit grondwater, hoe werkt dat?

Als de weersomstandigheden dat vereisen en de regelgeving van het waterschap dat toelaat dan kan een boer of tuinder op een kunstmatige manier zijn gewassen van water voorzien. Dit kan bijvoorbeeld door middel van (druppel)irrigatie, peilgestuurde drainage en beregening. In gebieden waar oppervlaktewater niet ruimschoots voorhanden is, zoals de hogere zandgronden, wordt dit water opgepompt uit het grondwater. Om te weten hoe dit werkt moeten we kijken naar de bodemopbouw van Noord-Brabant. Die is divers. En daarmee verschilt de diepte van de beregeningsputten ook sterk. want er wordt onttrokken uit watervoerende bodemlagen. Dat zijn bodempakketten die bestaan uit grof zand of grint, met als eigenschap dat het water snel kan toestromen naar het onttrekkingspunt. In de praktijk schommelt de maximale toegestane diepte nu tussen de 60 en 80 meter. Oudere putten (uit de jaren ’80 en ’90) zijn soms veel dieper: meer dan 100 meter. De landbouw onttrekt vaak uit het 1e of 2e watervoerende pakket, de drinkwaterproductie onttrekt meestal uit het 2e of 3e watervoerende pakket. Afhankelijk van de bodemopbouw, kan dat variëren tussen de 100 en meer dan 200 meter diepte.

Gebruik van grondwater

We gebruiken jaarlijks veel grondwater, voor diverse doelen. Gemiddeld wordt in Noord-Brabant jaarlijks ruim 280 miljoen m3 grondwater opgepompt. Voor gebruik als drinkwater (200 miljoen m3), voor de landbouw (40 miljoen m3) en voor de industrie (15-20 miljoen m3) Daarnaast zijn er kleine onttrekkingen die niet registratieplichtig zijn. Eerder schattingen gaan uit van 15 à 30 mln. m³. Voor de landbouw geldt dat het verbruik stevig fluctueert naar gelang de weersomstandigheden, in de droge zomers van 2018 en 2019 bedroeg het grondwatergebruik door de landbouw zo’n 85-90 miljoen m3. Met uitzondering van de Peelhorst (ten oosten van de Peelrandbreuk die van Deurne naar Oss loopt) wordt beregend vanuit bodemlagen die aan de bovenkant worden afgesloten door een weerstandbiedende klei- of leemlaag. Die functioneert als een soort kurk, waardoor de onttrekking onder die laag geen negatieve gevolgen heeft op het bovenste grondwater, waar de plantenwortels uit putten. Theoretisch is het dus zo, dat grondwateronttrekking voor beregening of drinkwaterproductie geen negatieve gevolgen aan het maaiveld heeft. De praktijk is anders. Want die weerstandbiedende bodemlagen zijn niet overal even dik. En soms zitten er zelfs gaten in. Dat betekent dat een onttrekking in de diepte wel degelijk invloed kan hebben op het bovenste grondwater. Met negatieve gevolgen voor de buurman-boer en/of een nabij gelegen natuurgebied.

Daalt het grondwaterpeil?

Ja. Het Brabant van begin 20e eeuw was natter dan nu, 100 jaar later. De oorzaak was niet alleen de wens voor ontwatering vanuit de landbouw: verbeterde drooglegging, betere productieomstandigheden, meer oogstzekerheid. Ook de woningbouw had die behoefte: heel veel steden liggen feitelijk in beekdalen; de kelders moesten wèl droog blijven! Dat geldt ook voor de infrastructuur: al die tunnelbakken worden continu droog gehouden door onderbemaling.  Daarnaast is het verhard oppervlak in Brabant enorm toegenomen. Dus regenwater krijgt niet meer de kans om in te trekken in het grondwater maar wordt direct afgevoerd. De belangrijkste oorzaak is de stedelijke omgeving: woningbouw, bedrijventerreinen, infrastructuur. Maar sommige boeren zijn er nog steeds op gericht om wateroverschot zo snel mogelijk af te voeren. Sterker nog: juist daarvoor zijn destijds de waterschappen opgericht.

Tenslotte is er nog de natuur. Anderhalve eeuw geleden was ‘natuur’ vaak natte heide. Daarna is veel heide ingeplant met bos. Bos heeft meer water nodig en bovendien blijft er meer water aan de bladeren/naalden hangen waardoor het water nooit de bodem bereikt (interceptie). Overigens: door veredeling van landbouwgewassen is de productie (en daarmee de waterbehoefte) van onze teelten ook enorm gestegen.

Het totaal van dit alles wordt wel ‘achtergrondverdroging’ genoemd, zijnde alle ontwikkelingen die gezamenlijk een verlaging van de grondwaterstand tot gevolg hadden van 20 à 50 cm (afhankelijk van de locatie en de tijdspanne waarover je het wilt bezien). Er is dus niet één schuldige aan te wijzen.

Wat is de oplossing/ideale situatie op dit onderwerp?

Veel agrariërs doen hun werk in stilte. Dat geldt ook voor zuinig watergebruik, voor water vasthouden, opslaan en bergen, voor goed bodembeheer zodat het watervasthoudend vermogen van de grond wordt vergroot. Met dit goede werk moeten we doorgaan. En samen kunnen we nog meer dan dat we nu al doen. Daarnaast moeten we nog beter laten zien en horen wat we nu al doen. Vooral naar beleidsmakers, politici en bestuurders. Het liefst op regionaal / lokaal niveau, dus op het boerenbedrijf. De gunfactor die veel individuele agrariërs hebben, is daarbij onze grootste kracht. Het doel van deze aanpak is dat watergebruik door onze sector een goed besteed gebruik is. De agrarische sector levert ook op dit vlak haar bijdrage aan een toekomstbestendige maatschappij.

Wat doet ZLTO?

We werken nu al veel samen met waterschappen en provincies. Maar daarnaast in voorkomende gevallen ook met drinkwaterbedrijven, natuurorganisaties en kennisinstituten en het Rijk. De hechte relatie met LTO Nederland en onze zusterorganisaties is daarbij van grote meerwaarde. Die meerwaarde geldt ook voor de door ZLTO benoemde waterschapsbestuurders in ons werkgebied.

ZLTO is één van de partners in het initiatief #elkedruppeltelt, verschillende Brabantse organisaties hebben de handen inéén geslagen om samen aan de slag te gaan om water te bewaren én te besparen. Elke druppel telt, er is nu actie nodig. En iedereen in Brabant kan helpen. Op deze pagina vind je alle initiatieven onder #elkedruppeltelt. Deel ook jouw bijdrage op social media, gebruik de gemeenschappelijke hashtag #elkedruppeltelt en help ook mee! Kijk op www.elkedruppeltelt.nl voor meer informatie!

Boeren geven water

Op dit moment doen boeren samen met ZLTO al jarenlang veel om te zorgen voor voldoende grondwater, vooral op het gebied van het vasthouden van water in de sloten, het opvangen van dakwater, het aanpassen van de bodem en aanleggen van slimme irrigatie. Tweederde van de boeren die beregenen heeft een bedrijfswaterplan. Op basis van deze 2000 plannen weten we hoeveel en welke soort maatregelen zij sinds 2014 hebben genomen. Naar inschatting van de ZLTO-waterexperts tellen deze maatregelen op tot een jaarlijks behoud van zo’n 1.250.000 m³ water. De komende jaren zullen hier nog veel nieuwe maatregelen bij komen, onder andere binnen het project ‘wel goed water blijven geven’.

Een overzicht van de maatregelen die in het voorjaar van 2020 in werking waren:

  • 1300 bedrijven die het erfwater/dakwater opvangen op het eigen bedrijf (en niet laten weglopen in de sloot)
  • 800 stuwtjes in boerensloten, die door agrariërs zelf worden beheerd om water langer vast te houden (de zgn. LOP-stuwtjes)
  • 700 bedrijven die deelnamen aan Beregeningssignaal of een andere waterzuinige vorm van water toedienen
  • 600 bedrijven die andere, minder droogte gevoelige gewassen zijn gaan telen
  • 400 bedrijven hebben op voorhand een hoger waterpeil van het waterschap geaccepteerd. Hoewel daarmee de kans op wateroverlast toeneemt, weegt het belang van minder droogteschade hoger.
  • 350 bedrijven hebben een sloot gedempt, waardoor de neerslag minder snel wordt afgevoerd
  • 300 bedrijven hebben maatregelen getroffen om het watervasthoudend vermogen van hun grond te vergroten
  • 250 bedrijven hebben peilgestuurde drainage of subirrigatie aangelegd om water langer onder hun perceel te houden of om water in te brengen onder hun perceel (ondergrondse beregening)
  • 250 bedrijven hebben een deel van hun slootbodem verhoogd. Daardoor wordt minder snel water afgevoerd
  • 200 bedrijven hebben een afsluitklep voor hun duiker geplaatst, om water langer vast te houden
  • 150 bedrijven hebben een duiker hoger in hun sloot gelegd, waardoor deze gaat functioneren als een drempel. Hierdoor wordt alleen bij hoog slootpeil water afgevoerd.

Mee praten over dit onderwerp?

Wat heb jij als ondernemer nodig om water langer vast te houden en daardoor een bijdrage te leveren aan de zoetwatervoorraad? Laat het ons weten in het ZLTO Ledenforum. 

Ga naar het ZLTO Ledenforum