Vraag en antwoord veehouderij Noord-Brabant

Verordening Natuurbescherming

Stalderen

Verordening Natuurbescherming

Wat zijn oudere stallen?

De Provincie vindt de emissie-reducerende techniek oud als deze 15 jaar of 20 oud zijn. Dat betekent dat stallen uit 2007 of eerder in 2022 aangepast moeten zijn aan de beste techniek. De provincie baseert dit jaartal op de afschrijvingstermijn van deze technieken. Omdat de afschrijvingstermijn voor vloeren in melkveestallen en kalverenstallen 20 jaar bedraagt, geldt voor alle rundveecategorieën een overgangstermijn van 20 jaar. Een stal voor rundvee uit 2005 moet dus in 2025 aangepast worden. Een varkensstal uit 2005 moet in 2022 aangepast zijn.

Hoe lang kunnen bedrijven wachten met het indienen van een vergunning?

Bedrijven die op 1 januari 2022 hun stallen aangepast moeten hebben, moeten voor 1 januari 2020 een complete (ontvankelijke) vergunning indienen.
Praktisch betekend dit, als je door wil gaan met vee houden, dat je januari 2019 opdracht moet geven voor een MER.

Moeten alle stallen aangepast worden of kan er intern gesaldeerd worden?

Nee er mag niet intern gesaldeerd worden. De aan te passen stal moet voldoen aan de norm van nieuwe stallen zoals die op dat moment geldt. Ook binnen een stal mag er niet meer intern gesaldeerd worden. Twee voorbeelden zijn uitgewerkt.

  1. Een varkenshouder met een stal met schuine wand uit 2006 behaalt nu 75% reductie en een andere stallen met een chemische luchtwasser behaalt 95 % ammoniakreductie. Het bedrijf moet de stal met de schuine wand toch aanpassen totdat ook deze stal 85 % ammoniak reductie wordt gehaald.
  2. Een melkveebedrijf heeft een stal uit 2000 waar het jongvee in staat. Er moet een emissiearme techniek toegepast worden bij het jongvee dat niet op stro gehuisvest is. De huidige norm nu is 4,4 kg ammoniakemissie per jaar. De norm wordt 2,5 kg ammoniakemissie per jaar. Dat betekent dat deze jongveestal in 2022 aangepast moet worden.

Zijn stallen uit 2008, 2009 gevrijwaard tot 2028?

Nee, ieder jaar schuift de 15 jaarstermijn op. Stallen uit 2009 moeten in 2024 aangepast zijn aan de dan geldende norm voor nieuwe stallen. Na 15 jaar moet je opnieuw investeren in een emissie reducerende techniek, als je niet voldoet aan de norm van dat moment. Een stal uit 2017 moet in 2032 aangepast worden.
Voor rundveestallen (inclusief kalveren) geldt hetzelfde principe maar is de overgangstermijn 20 jaar. Een stal uit 2013 moet in 2033 aangepast zijn.

Wat is de peildatum van een oude stal?

 De peildatum is het moment waarop de omgevingsvergunning milieu onherroepelijk is geworden en bij melding plichtige bedrijven toen de melding is gedaan. Of de stal 2 of 3 jaar later pas gebouwd is doet niet ter zake.

Zijn er uitzonderingen voor biologische veehouderij?

Ja maar niet voor alle deelsectoren, biologische varkensbedrijven, geiten, roodvlees en het jongvee bij melkvee hoeven hun stallen niet aan te passen. Voor biologische varkens bedrjiven geldt wel een streefreductie van 40%. Biologische kippenbedrijven en ook biologisch melkveebedrijven (melkkoeien) moeten hun stallen wel aanpassen.

Wat zijn de eisen voor de bedrijven die nu meedoen met de stoppersregeling bij varkens- en pluimveehouderij?

De bedrijven zijn verplicht om te stoppen in 2020. Als deze bedrijven besluiten als nog door te gaan moeten alle stallen aangepast worden aan de norm die geldt. Zij krijgen niet de ruimte om dit pas in 2022 te realiseren. Ze moeten al op 1 januari 2020 klaar zijn met alle aanpassingen.

Nog niet alle technieken die de Provincie Noord Brabant vraagt zijn erkend door het Ministerie van IenM en staan op de RAV lijst?

Geiten, konijnen en kalverenbedrijven kunnen luchtwassers toepassen die staan op de RAV lijst. Voor jongvee en vleesvee zijn er nog geen systemen erkend. Volgens de provincie kunnen ze vloersystemen uit de melkveehouderij gebruiken. De Provincie erkent dat nog niet alle technieken op de RAV lijst staan maar dat veehouders deze technieken gewoon kunnen toepassen omdat ze met deze betere techniek voldoen aan de landelijke norm van het besluit huisvesting.

Veel sectoren worden gedwongen om luchtwassers toe te passen. De provincie is toch voor een aanpak aan de bron.

Ja daar zijn ze voor, ze ondersteunen ook een aantal projecten op dat gebied. De Provincie gaat er zelf vanuit dat er op tijd voldoende alternatieve systemen beschikbaar zijn. ZLTO twijfelt daar zeer sterk aan.

Mogen er ook managementmaatregelen en eenvoudigere technieken toegepast worden?

Als de maatregelen erkend zijn mogen ze worden toegepast om de vastgestelde reducties te behalen. Erkende maatregelen zijn maatregelen die staan op de RAV-lijst.

Waarom werkt ZLTO mee aan projecten van de provincie op het gebied van emissiearme stallen? ZLTO is toch tegen het beleid?

ZLTO is tegen het beleid om bestaande stallen al in 2022 aan te passen. Daar voeren we ook een juridische procedure over. Voor het draagvlak voor de veehouderij in de toekomst is het belangrijk dat de impact op de omgeving (geur, fijn stof en ammoniak) afnemen. ZLTO is er daarom voor dat er nieuwe systemen komen in de veehouderij die de emissies verlagen. Ook onze voorkeur gaat uit naar de aanpak van emissies bij de bron.

Is er voldoende ontwikkelruimte voor andere economische sectoren?

Ontwikkelruimte uit de PAS is een schaars product. Tot nu heeft de veehouderij 95 % van de ontwikkelruimte die uitgegeven is gebruikt. Andere sectoren hebben ook veel minder ruimte nodig dan de landbouw. Er is altijd ruimte voor belangrijke projecten zoals de aanleg van provinciale of rijkswegen. Dat zijn prioritaire projecten. Voor kleinere projecten bijvoorbeeld de aanleg van een woonwijk of een recreatieterrein kan er onvoldoende ruimte zijn in sommige gebieden.

ZLTO denkt dat aanscherping richting veehouderij niet nodig is om voldoende ontwikkelruimte over te houden. Vanaf begin af aan was duidelijk dat de veehouderij de eerste jaren veel ontwikkelruimte nodig zou hebben. Door jarenlange onduidelijkheid rondom dit dossier moest er veel oude zaken opgelost worden. Dat is nu achter de rug. Bovendien krijgt de veehouderij nu al in veel gebieden alleen maar ontwikkelruimte als een bedrijf op alle stallen de beste techniek heeft gezet. Dat betekent dan een bedrijf helemaal moet voldoen aan de geldende norm voor nieuwe stallen. Voor veel bedrijven is dat niet weggelegd. In de praktijk zal bovendien, dat de bedrijven die daar wel toe in staat zijn omlaag gaan met hun ammoniakemissie en dus geen ontwikkelruimte nodig hebben.

Op dit moment wordt er geen ontwikkelruimte meer uitgegeven. De Raad van State heeft vragen gesteld aan het Europese Hof over de houdbaarheid van de PAS. De belangrijkste adviseur van het Hof heeft een aantal kritische kanttekeningen gemaakt, meestal neem het Hof dit advies over. Daarna is het nog de vraag hoe Raad van State en de Nederlandse regering met de antwoorden om zullen gaan. Voorlopig wordt er geen ontwikkelruimte uitgedeeld.
In sommige gebieden begint de ontwikkelruimte op te raken, maar in Noord-Brabant komt er elk jaar op 1 juli nieuwe ontwikkelruimte beschikbaar, of dat voldoende is nog onduidelijk.

Komt er door de aangenomen maatregelen meer ontwikkelruimte?

De extra maatregelen voor de landbouw leveren pas na 2021 extra ontwikkelruimte op. Belangrijkste effect is dat landbouw geen ontwikkelruimte meer nodig heeft.

Stalderen

Wat is stalderen?

Per 7 juli 2017 wordt stalderen ingevoerd. Stalderen betekent dat voor iedere m2 stal die uitgebreid wordt er 1,1 m2 gesloopt of herbestemd moet worden. Verder worden er zes gebieden aangewezen. Je mag deze m2 alleen halen uit het gebied waar je zelf zit. In West Brabant gelden geen stalderingsregels. De vierkante meters zijn vrij verhandelbaar. Belangrijke voorwaarde is dat stallen gesloopt moeten zijn en/of de locatie herbestemd moet zijn om de staldering rond te kunnen zetten.

Gelden de stalderingsregels voor iedere sector?

Nee voor melkvee, schapen, nertsen en paarden gelden de stalderingsregels niet. Zij hoeven niet te stalderen als ze uit willen breiden maar er kan ook niet met deze stallen gestaldeerd worden.

Mag er gestaldeerd worden met andere diercategorieën?

Ja, als pluimveehouder mag je uitbreiden met m2 stallen varkens, geiten of kalveren en omgekeerd, maar niet met nertsen, melkvee, schapen en paarden.

Met welke stallen mag er gesaldeerd worden?

 Met stallen die voorafgaand aan 17 maart 2017 drie onafgebroken jaren gebruikt zijn om dieren in te huisvesten. Met lege stallen en met gebouwen waar geen dieren in gehuisvest zijn kan niet gestaldeerd worden.

Moeten de stallen vol hebben gestaan?

De stallen hoeven niet vol te hebben gestaan. Maar bedrijven die mee doen aan de stoppersregeling en daardoor minder dieren hebben gehouden kunnen slechts gedeeltelijk meedoen.  Een bedrijf met 1000 m2 en 1000 dierplaatsen maar in het kader van stoppersregeling er 500 gehouden heeft mag voor 500 m2 meedoen. 

Moet ik ook stalderen als ik alleen uitbreid in m2 en niet in dieren?

Ja, dan moet je ook stalderen. De Provincie komt waarschijnlijk in het najaar met een regeling die veehouders die niet uitwillen breiden in dieren, maar toch m2 nodig hebben ondersteunt.

Waarom gelden deze regels niet voor melkvee, paarden, schapen en nertsen?

Het argument dat de Provincie Noord Brabant hanteert is dat er bij deze sectoren veel minder sprake is van een sterke concentratie van bedrijven en aantallen dieren. Bovendien zorgt de landelijke fosfaatwetgeving ervoor dat de concentratie van melkvee niet verder toeneemt. Daarnaast speelt nog het volgende element, veel melkveestallen staan half leeg. De zorg bij de Provincie Noord Brabant was dat vooral varkens- en pluimveehouders de m2 vrijkomende stallen zouden gaan gebruiken. Met als gevolg dat de concentratie nog verder toe zou nemen. De nertsensector wordt niet meegenomen door de Provincie om dat deze sector in 2024 wordt verboden. Ze willen niet dat stalruimte voor deze dieren ingeruild kan worden voor andere dieren.

Waarom voert Provincie stalderen in?

De afgelopen jaren concentreert de veehouderij in Noord-Brabant zich in die gebieden waar al een sterke sector aanwezig is. Dit geldt voor Oost- en ZuidOost- Brabant en in sommige delen van de Kempen. Met deze stalderingsregels denkt de provincie een verdere concentratie te voorkomen. Door 1,1 m2 sloop of herbestemming te eisen, hopen ze uiteindelijk ook dat het aantal dieren minder wordt. Volgens het onderzoek van Backus e.a. zal deze eis slechts beperkt bijdragen aan het verminderen van de dierenaantallen.

Wat is de verhouding tussen de wet veedichtheid en stalderen?

De wet veedichtheid is inmiddels ingetrokken en daar is landelijk geen steun meer voor. De Provincie Noord Brabant heeft steeds aangegeven open te staan voor betere alternatieven die hetzelfde doel nastreven. Een ander alternatief is het verder opknippen van het compartiment Zuid in Meststoffenwet bij het verhandelen van dierrechten. Nu mogen varkens- en pluimveerechten verhandeld worden binnen het compartiment zuid (Midden en Oost Brabant en Noord Limburg). Je zou dit compartiment op kunnen knippen tot 6 of 7 deelgebieden.

Helpt ZLTO leden met stalderen?

ZLTO heeft zelf een loket waar vraag en aanbod bij elkaar gebracht worden. Het loket is kosteloos, we brengen mensen alleen met elkaar in contact, zij maken zelf prijsafspraken.

De Provincie Noord Brabant heeft flankerend beleid gemaakt. Heb ik daar als veehouder wat aan?

Via deze link zie je in de presentatie de belangrijkste onderdelen van het flankerend beleid. Op diverse terreinen kunnen veehouders ondersteuning krijgen maar het maakt het aanpassen van de stallen niet goedkoper.