Banner energie

De energietransitie vraagt om boerenverstand!

| Luuk van Wezel

Er wordt in Nederland steeds meer duurzame stroom opgewekt. Windmolens en zonnepanelen nemen een flinke vlucht en daarmee lijkt de energietransitie op gang te komen.

Luuk van Wezel

Kenmerkend aan een transitie is dat het niet om een lineair proces gaat en dat betekent dat we de komende jaren steeds meer hernieuwbare energie projecten zullen zien. Daarmee komt de energietransitie in Nederland in een versnellingsfase, als dat niet al gaande is.

In deze versnellingsfase liggen zowel kansen als bedreigingen voor onze boeren en tuinders. Aan de ene kant zijn agrariërs ware ondernemers en in staat om snel te schakelen als er in duurzame energieproductie een verdienmodel zit. Cijfers laten dit ook zien, aangezien de agrarische sector een belangrijke aandeel levert in de huidige energie opwekking: in 2016 werd 81% van het energieverbruik in de agrarische sector duurzaam opgewekt. Betekent niet dat we er zijn, er staat ons namelijk nog heel wat te wachten.

Om van de kolencentrales af te komen moet er nog heel wat gebeuren. Met het huidige beleid wordt voornamelijk ingezet op de bouw van meer windmolens én zonneparken. Deze technieken vragen in hoge mate om ruimte, veel ruimte. En die is te vinden in het buitengebied. Dat is tevens het waardevolle werkterrein van de agrariër. De planning en ontwikkeling van zon- en windprojecten zou dan ook zorgvuldig moeten gebeuren, aangezien ze een grote impact hebben op het landschap en (steeds vaker) gepaard gaan met lokale weerstand. Huidige planning van dit soort projecten gebeurt ad-hoc, zonder enige regie of sturing door de overheid of andere partijen.

Dat is trouwens ook een kenmerk van transitie. Huidige machtsverhoudingen hebben steeds minder invloed en nieuwe allianties komen bovendrijven. In deze fase van de transitie pleit ik voor het benutten van principes en gedachtes die gemeengoed zijn in de agrarische sector om ervoor te zorgen dat de duur van deze onzekere en toch ook enigszins oncomfortabele transitieperiode zo kort mogelijk is.

Lange-termijn planning

De basis voor agrarische ondernemers is landbouwgrond in combinatie met vastgoed. Investeringen in grond of in het bedrijf worden langs een bepaalde visie voor de lange termijn gedaan. Om veilig voedsel tegen een lage kostprijs en tegelijkertijd een redelijk inkomen te realiseren domineerde in de twintigste eeuw de visie van schaalvergroting en automatisering. Investeringen vonden dan ook plaats langs deze weg.

Zonder afbreuk te doen aan de discussie hoe de landbouw er in de eenentwintigste eeuw uit moet komen te zien is mijn punt dat de lange termijn investeringen die met name jonge agrariërs moeten doen er veelal een generatie over doen om zich terug te verdienen en er daardoor weinig (feitelijk geen) financiële flexibiliteit is om iedere paar jaar de bedrijfspraktijk aan te passen. Een agrariër neemt dan ook een weloverwogen besluit om een bedrijf over te nemen, voor de lange termijn te investeren en zich meerjarig te verbinden aan het agrarisch ondernemerschap. Op een soortgelijke wijze zouden grootschalige energieprojecten gepland moeten worden, beter doordacht en weloverwogen. Ze leggen namelijk een generatie lang beslag op de ruimte, bepalen het landschap en hebben ook een generatie nodig om zichzelf redelijkerwijs terug te verdienen.

Coöperatieve benadering

De Nederlandse agrarische sector is zeer succesvol geweest door zichzelf te organiseren in coöperatieve organisaties. Door middel van een coöperatie kon een economisch voordeel worden behaald en waardevolle kennis worden verkregen die een individuele agrariër op de lange termijn nooit zou hebben gekend.

Het verleden heeft aangetoond dat door middel van coöperaties de levensstandaard van een grotere groep significant wordt verbeterd. Duurzame energie projecten kunnen een soortgelijke benadering gebruiken om ervoor te zorgen dat de lusten en de lasten van grote windmolens of zonneparken gelijkwaardiger worden verdeeld onder de lokaal omwonenden, zowel boeren, burgers als buitenlui.

Energiecoöperaties hebben de unieke mogelijkheid om lokale bewoners werkelijk mee te laten participeren in projecten om gezamenlijk meer voordeel te behalen dan een individuele projecteigenaar.  

Locatie, locatie, locatie

Als je een boer vraagt naar de mogelijkheden van zijn landbouwgrond, weet hij exact welke teelten er wel en niet mogelijk zijn. Hij zal geen hoogwaardige plantaardige gewassen telen op gevoelige minder vruchtbare zandgrond. De locatie en de aard van de grond bepaalt in belangrijke mate de meest (economisch) duurzame boerenpraktijk. Op soortgelijke wijze zouden we moeten kijken naar de meest geschikte locaties voor grootschalige duurzame energieprojecten. Dat vraagt meer integraal denken dan tot op heden wordt gedaan. Het wordt dan namelijk van belang om in de regio ook te kijken naar de energie-infrastructuur, de agrarische structuur, water- en natuur gebieden en behoud van landschapselementen. Overheden zouden deze integraliteit beter moeten meenemen in hun afweging om projecten toe te laten.  

Concluderend, in de energietransitie valt er bijzonder goed te leren van hoe boeren hun bedrijf opbouwen en zouden we beter gebruik moeten maken van hun kennis én de coöperatieve mogelijkheden. Daarentegen moeten we als agrarische sector ons coöperatief handelsmerk opnieuw uitvinden en slimme, nieuwe allianties vormen om de kansen van de energietransitie volledig te benutten. Als we dat voor elkaar krijgen dan zijn we een belangrijke, zo niet de belangrijkste speler in de energietransitie.


Dit artikel is geschreven in het kader van het Interreg ECCO project, wat als doel heeft het  benadrukken van de rol van energie coöperaties in de energietransitie en het actief aanjagen van nieuwe coöperaties. ZLTO is partner in dit project en beoogt om nieuwe (boer-burger) coöperaties op te richten om de positie van onze leden te verbeteren.

 

ECCO logo jpg.jpg