Banner energie

Notitie: Maak landelijke stikstofaanpak nu ook leidend voor Brabant

De recente impasse in de stikstofaanpak en daaraan gerelateerde crisis in het provinciale bestuur is voor de gezamenlijke landbouworganisaties aanleiding om te komen tot een voorstel voor een Brabant brede doelstelling: verlaag de emissies van stikstof met 40%[1] in 2030 ten opzichte van 2009. Het verlagen van de stikstofemissies moet impact hebben op het terugdringen van de stikstofdepositie in kwetsbare natuurgebieden én toekomstperspectief bieden voor (jonge) boeren. Voorwaarde is dat de Brabantse aanpak in lijn wordt gebracht met de landelijke stikstofaanpak. Wij roepen andere economische sectoren, maatschappelijke organisaties en politieke partijen op deze doelstelling te onderschrijven en een einde te maken aan alle onzekerheid.   

In de afgelopen bestuursperiode (2014-2018) heeft Provinciale Staten (PS) van Noord-Brabant regelgeving aangenomen voor het op korte termijn beperken van de uitstoot van o.a. stikstof door de veehouderij. Hiermee heeft de provincie ook een streep gezet door een afspraak uit 2009, waarin met alle partijen was overeengekomen om bestaande stallen uiterlijk in 2028 aan te passen. Brabant heeft ook bewust de keuze gemaakt om met aanvullende regelgeving veel verder te gaan dan de Rijksoverheid, met als hoofdargument de relatief hoge concentratie aan veehouderij in de nabijheid van woonkernen en kwetsbare natuurgebieden. Het gevolg is dat enkele duizenden boerengezinnen ‘gedwongen’ moeten stoppen. Het flankerend beleid van de provincie verandert hier niets aan.

Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat het in 2015 door de Rijksoverheid geïntroduceerde Programma Aanpak Stikstof (PAS) in strijd is met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Hiermee verviel de grondslag voor toestemming van rijk, provincies en gemeenten voor niet-vergunde activiteiten van o.a. industrie, land- en tuinbouw, woningbouw, verkeer, etc. die extra stikstofuitstoot veroorzaken. In reactie op de uitspraak van de Raad van State, heeft op verzoek van Minister Schouten (LNV), het adviescollege Stikstofproblematiek op 25 september 2019 een eerste advies uitgebracht met aanbevelingen en oplossingen voor vergunningverlening in alle sectoren na het buiten werking stellen van de PAS. Het adviescollege vermeldt dat ‘niet alles kan’ en elke sector zijn verantwoordelijkheid moet nemen voor het verlagen van de stikstofuitstoot.

Landelijke stikstofaanpak

Nu de landelijke stikstofaanpak voor alle sectoren gestalte krijgt constateren wij dat er frictie is ontstaan met de Brabantse stikstofaanpak. Brabant wijkt sterk af van andere provincies door vast te houden aan eerder vastgestelde regelgeving in plaats van het doorvertalen van de landelijke stikstofaanpak. Wij doen een beroep op het provinciebestuur om de Brabantse aanpak in lijn te brengen met de landelijke stikstofaanpak met een mix van realistische en haalbare maatregelen.

Op 20 november 2019 heeft het Landbouwcollectief een plan gepresenteerd aan minister Schouten om uit de stikstofimpasse te komen. De daarbij gecreëerde stikstofruimte kan op basis van vrijwilligheid worden verhuurd voor het weer op gang brengen van o.a. woningbouw en industrie. Het Landbouwcollectief en de Rijksoverheid zijn in overleg met als doel tot overeenstemming te komen over o.a. de volgende onderwerpen: 1) herzien aanwijzing Natura 2000-gebieden, 2) betrouwbare en transparante meet- en rekenmethoden voor zowel depositie als uitstoot van ammoniak en stikstofoxiden, 3) schotten (bijv. NH3 en NOx) tussen landbouw en andere sectoren, 4) PAS-meldingen en gestrande vergunningen voor bestaand gebruik, 5) drempelwaardes voor bedrijfsontwikkeling, 6) beschikbaar houden milieuruimte voor bedrijfsontwikkeling, 7) vrijwaring vergunningplicht beweiden en bemesten, en 8) vrijwillige opkoopregeling bedrijven nabij Natura 2000-gebieden. In de loop van 2020 verwachten wij dat mede op basis van adviezen van Remkes een landelijke stikstofaanpak tot stand komt die evenwichtig en realistisch is voor alle sectoren.

Voorstellen Brabantse stikstofaanpak voor de land- en tuinbouw

In Brabant zijn boeren al in 2009 gestart met het nemen van extra maatregelen om de stikstofuitstoot terug te dringen. Wij willen deze succesvolle afspraken nu in lijn brengen met de landelijke stikstofaanpak en komen voor de uitwerking in Brabant met onderstaande voorstellen:

-          Breng de afname van de emissies  van -ammoniak en stikstofoxiden in de periode 2009-2020 in kaart voor de land- en tuinbouw en andere sectoren. Maak ook een doorkijk van de te verwachte afname als gevolg van autonome ontwikkelingen tot 2030 en 2050. Bedrijven stoppen o.a. door vrijwillige opkoopregelingen (bijv. warme sanering varkenshouderij), geen bedrijfsopvolger en herbestemming voor andere functies (woningbouw, natuur, energietransitie);

-          Gebruik de analyse voor het herijken van de doelstelling van 40% tot een ‘nieuw percentage’ in 2030 ten opzichte van 2019 (nulmeting). Stel daarna afrekenbare en controleerbare tussendoelen voor de korte (2024) en middellange (2027) termijn. Een onderbouwde nulmeting (2019) en realistische doelen richting 2030 zijn nodig voor het herstel van vertrouwen tussen overheid en alle sectoren;

-          Creëer een transitiefonds van enkele honderden miljoenen euro’s om innovaties en investeringen  in de landbouw te financieren. Geef (jonge) boeren ondernemersvrijheid om samen met burgers duurzame keuzes te maken over besteding van middelen. Zo wordt boeren weer aantrekkelijk;

-          Formuleer structuurversterking van de landbouw als doel.  Zet vrijkomende gronden buiten-, en voor beheer geschikte gronden binnen het natuurnetwerk in voor perspectief van overblijvende (jonge) boeren. Buiten het natuurnetwerk dient landbouwgrond in eigendom van boeren te blijven zonder verstoringen van de grondmarkt door regelgeving. Geef ook gangbare bedrijven de kans gedeeltelijk of geheel natuurinclusief te worden.

-          Werk aan een gebiedsgerichte aanpak met een realistisch en onderbouwd afnamepad van de emissies van ammoniak en stikstofoxiden voor alle sectoren richting 2030. Zet hierbij in op maatwerk, waarbij milieu- en klimaatdoelen (CO2) geïntegreerd worden meegenomen. In een integrale aanpak wordt ook rekening gehouden met het toekomstperspectief van (jonge) boeren;

-          Stel de verplichting tot het aanpassen van bestaande stallen in de veehouderij opnieuw vast op 1 januari 2028. Stimuleer investeringen in stallen door 70% van de gereduceerde stikstof te benutten voor externe saldering (veehouderij en andere sectoren). Geef ook ruimte aan innovatieve stalsystemen o.a. door meer ruimte te geven aan bouwblokaanpassingen.

Brabant telt nu ruim 9.000 land- en tuinbouwbedrijven en het totale agrofoodcomplex heeft een toegevoegde waarde van bijna 4 miljard euro. Laten we met een evenwichtige en realistische stikstofaanpak nieuw elan geven aan Brabant agrofood voor onze boeren en alle burgers in Brabant.

(Den Bosch, 11 feb’20)

[1]Voor het realiseren van deze doelstelling willen wij dat onze boeren zelf een keuze kunnen maken uit bewezen voer- en managementmaatregelen, stalaanpassingen, mestaanwending, weidegang, etc. Een doelstelling van 40% betekent ook dat wij eerder gemaakte afspraken nakomen van het verlagen van de stikstofuitstoot uit stallen (zie convenant 2009). In 2009 was de ammoniakuitstoot van de Brabantse land- en tuinbouw (stallen, opslag en aanwending) bijna 22 kton, waarvan 15 kton uit stallen en 7 kton uit mestaanwending.

Deze notitie is opgesteld door Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV), de Nederlandse Melkveehoudersvakbond (NMV), de Nederlandse Pluimveehoudersvakbond (NPV), de Farmers Defence Force, Agrifirm, het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt (BAJK) en de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO).