ZLTO reageert op de Interim Omgevingsverordening van provincie Noord-brabant

ZLTO heeft deze week haar mening ingediend bij de provincie Noord-Brabant op de nieuwe interim omgevingsverordening (IOV). Hierin heeft het college van Gedeputeerde Staten een aantal wijzigingen doorgevoerd over het aanpassen van stallen.

De basis hiervoor was het nieuwe bestuursakkoord. Na de inspraakronde zal het college van Gedeputeerde Staten een definitief voorstel voor een nieuwe omgevingsverordening aan Provinciale Staten presenteren, die haar naar verwachting eind november zal vaststellen.

Op hoofdlijnen pleit ZLTO voor:

  • 1 januari 2028 als de deadline voor het aanpassen van stallen aan de emissie-eisen, in plaats van 1 januari 2024. 2028 zou volkomen in lijn zijn met het beleid in andere provincies.

  • Een werkbare manier van intern salderen. Als de veehouder nu kiest voor een bedrijfsplafond, hoeft de veehouder de komende jaren geen stallen aan te passen. De provincie kiest er nu voor om een veehouder iedere paar jaar te laten investeren.

  • Erkenning en borging van meer managementsystemen, zoals de kringloopwijzer.

  • Eisen van stalsystemen aan de bron alleen als ze voldoende beschikbaar zijn en ook economisch verantwoord zijn.

  • Aanpassing van het generieke beleid, met als alternatief een meer ruimhartige toepassing van de hardheidsclausule (hoge investeringen versus verwachte ‘lage milieuwinst’).

  • Tegemoetkoming van veehouders door bedrijven die op tijd hun vergunningaanvraag indienen (1 januari 2023) vrij te stellen van leges voor de Wnb-vergunning en evenmin leges te heffen voor bedrijven die hun vergunning in laten trekken.

De volledige reactie van ZLTO is hier te lezen.

Standpunten van ZLTO voor een ander stikstofbeleid voor boeren en tuinders

ZLTO vindt dat: 

  • De gemaakte afspraken door de provincie Noord-Brabant nagekomen moeten worden, waardoor stallen in 2028 aangepast moeten worden.

  • De provincie Noord-Brabant met haar stikstofbeleid moet aansluiten bij de landelijke aanpak.

  • Agrarische bedrijven alleen afgerekend kunnen worden op emissies en niet deposities.

  • Alle economische sectoren moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen in terugdringen van stikstofemissies.

  • Agrariërs moeten evenals andere economische actoren kunnen profiteren van hun investeringen, bij interne en externe saldering.

  • Er een oplossing moet komen voor alle veehouders en tuinders die nog geen Wet Natuurbescherming vergunning hebben, maar die dit door de Raad van State uitspraak wel nodig hebben.

  • Het beweiden en bemesten van boerenland weer vergunningvrij wordt.

  • Agrariërs een structurele bijdrage kunnen leveren aan de reductie van stikstof, dit moet echter wel betaalbaar zijn en het tijdspad dient realistisch te zijn. Daarbij gaat het niet alleen om stalmaatregelen maar ook over managementmaatregelen en aanwending.

  • Per gebied een goede balans tussen natuur, wonen, infrastructuur en landbouw moet worden gevonden door middel van een gebiedsgerichte aanpak. Structuurversterking landbouw moet onderdeel zijn van de gebiedsaanpak.

Gerelateerd nieuws

6
Homepage
115
13
Stikstof
173