ZLTO zet overleg met provincie graag voort

ps-0509-ravestein-italiaanse-stal-(2)

De (tussen)uitspraak van de rechter zet vraagtekens bij het generieke veehouderijbeleid van de provincie Noord-Brabant. ZLTO leest dat de rechter goed naar de bezwaren van de Brabantse veehouders heeft geluisterd.

'We vinden het jammer dat de rechter het in beginsel acceptabel vindt om de eisen voor stalaanpassingen van 2028 naar voren te halen', reageert ZLTO-bestuurder Janus Scheepers. 'Dit was voor ZLTO de inzet van en aanleiding voor deze rechtszaak tegen de provincie Noord-Brabant. 'De rechter heeft echt gekeken naar de onevenredige gevolgen van het veehouderijbeleid op het boerenerf en of investeringen in verhouding staan tot de milieuwinst.'

De rechter geeft aan dat er beter naar gevolgen voor individuele boeren gekeken moet worden.

De (tussen)uitspraak van de rechter komt in het kort neer op:

  • De scherpere eisen heeft de provincie uit voorzorg versneld mogen invoeren.
  • De provincie heeft echter niet aangetoond dat alle veehouders verplicht aan de strengere eisen moeten voldoen.
  • De provincie had bij het beleid moeten betrekken dat niet elk bedrijf (relevant) effect heeft op Natura 2000-gebieden en dat elk gebied andere stikstofdoelstellingen heeft.
  • De investeringen van boeren moeten opwegen tegen de effecten voor Natura 2000-gebieden en daarbij moet in acht worden genomen of er compensatie wordt geboden.
  • Voor de individuele deelnemers moet in een vervolgprocedure beoordeeld worden of in hun geval de investeringen opwegen tegen de effecten voor de natuur.

Interim-Omgevingsverordening

Het politieke landschap in Noord-Brabant is dit jaar veranderd. Het nieuwe college heeft de datum voor stalaanpassingen al verplaatst van 1 oktober 2022 naar 1 januari 2024. Ondanks deze tegemoetkoming vindt ZLTO dat Brabantse veehouders onevenredig zwaar worden getroffen door dit beleid. Wij gaan ervan uit dat de provincie deze (tussen)uitspraak in overleg met de sector gaat betrekken bij de behandeling van de Interim-Omgevingsverordening, waar de veehouderijregels definitief zullen worden vastgelegd. 

ZLTO staat voor een goede toekomst van al haar leden. Toen het vorige college van GS in Noord-Brabant de datum voor het aanpassen van de stallen, tegen de afspraken in, naar voren haalde, zagen wij ons in het belang van onze leden genoodzaakt om een rechtszaak te starten. Doel van de rechtszaak was het van tafel krijgen van de datum voor het aanpassen van stallen in de interim omgevingsverordening en terug te brengen naar 2028, zoals oorspronkelijk was afgesproken met de provincie.

Onrechtmatig gevoel

Het beleid in Noord-Brabant is nog steeds een stuk strenger dan de aangekondigde landelijke maatregelen. Dat blijft onrechtvaardig voelen; te meer omdat we vanuit het meerjarenplan ‘Boeren hebben een oplossing’ heel nadrukkelijk een bijdrage leveren aan een gestaag dalende uitstoot van stikstof. Die verantwoordelijkheid voelen wij heel nadrukkelijk. ZLTO en haar leden onderkennen de noodzaak om het stikstofprobleem aan te pakken, maar vinden dat de rekening nu vooral bij boeren wordt gelegd. Naast de provinciale aanpak hebben zij ook te maken met landelijke maatregelen, zoals de actuele voermaatregel. Veel veehouders zullen de komende jaren een keuze moeten maken tussen risicovol blijven investeren of met pijn in het hart stoppen.

Deze rechtszaak, onze lobby in het provinciehuis en de vele acties samen met en voor onze leden hebben ervoor gezorgd dat het nieuwe college in het Brabantse provinciehuis meer oog en oor voor de knelpunten waar onze leden tegenaan lopen. Onze leden kunnen altijd rekenen op onze steun en het advies van onze specialisten. Alle veehouders die met ZLTO deze procedure voeren danken we hartelijk voor hun inzet tot nu toe. Ze steken namens alle leden hun nek uit.  

ZLTO beraadt zich samen met de individuele deelnemers in deze rechtszaak op de vervolgstappen en zal het overleg met de provincie voortzetten.

Feiten over het stikstofprobleem in Brabant

Brabantse stalemissies zorgen voor ruim 20% van de totale stikstofdepositie op de Brabantse natuurgebieden (Gies e.a., WUR oktober 2019). Voor de overige circa 80% zijn dus andere bronnen verantwoordelijk, zoals: verkeer, industrie, huishoudens, landbouw in andere provincies, mestaanwending en buitenlandse emissies (Poederoyen, versnelling transitie, effecten op natuur en milieu 2017).

Voor die 80% gelden geen extra aangescherpte maatregelen. Dat is niet alleen oneerlijk, maar het levert ook weinig milieuwinst op. Uit berekeningen van de provincie blijkt dat bij de voorgenomen maatregelen slechts 4-5% (Poederoyen, 2017) van de depositie afneemt.

ZLTO brengt deze feiten onder de aandacht van de politiek en ambtenaren om ervoor te zorgen dat Brabantse boeren een toekomst hebben in onze provincie. Per gebied moet een goede balans tussen natuur, wonen, infrastructuur en landbouw worden gevonden door het doorvoeren van een landelijke generieke aanpak en een gedragen gebiedsgerichte aanpak.

Al onze acties op het stikstofdossier teruglezen? Klik hier voor de tijdlijn.

Standpunten van ZLTO voor een ander stikstofbeleid voor boeren en tuinders

ZLTO vindt dat: 

  • De gemaakte afspraken door de provincie Noord-Brabant nagekomen moeten worden, waardoor stallen in 2028 aangepast moeten worden.

  • De provincie Noord-Brabant met haar stikstofbeleid moet aansluiten bij de landelijke aanpak.

  • Agrarische bedrijven alleen afgerekend kunnen worden op emissies en niet deposities.

  • Alle economische sectoren moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen in terugdringen van stikstofemissies.

  • Agrariërs moeten evenals andere economische actoren kunnen profiteren van hun investeringen, bij interne en externe saldering.

  • Er een oplossing moet komen voor alle veehouders en tuinders die nog geen Wet Natuurbescherming vergunning hebben, maar die dit door de Raad van State uitspraak wel nodig hebben.

  • Het beweiden en bemesten van boerenland weer vergunningvrij wordt.

  • Agrariërs een structurele bijdrage kunnen leveren aan de reductie van stikstof, dit moet echter wel betaalbaar zijn en het tijdspad dient realistisch te zijn. Daarbij gaat het niet alleen om stalmaatregelen maar ook over managementmaatregelen en aanwending.

  • Per gebied een goede balans tussen natuur, wonen, infrastructuur en landbouw moet worden gevonden door middel van een gebiedsgerichte aanpak. Structuurversterking landbouw moet onderdeel zijn van de gebiedsaanpak.

Gerelateerd nieuws

1
Klimaat
5
6
Homepage
115
6
Nieuwsbrief
152
13
Stikstof
173