Header website - zonder foto

125 jaar NCB

D’n NCB bestaat dit jaar 125 jaar. De standsorganisatie voor boeren en tuinders was en is nog steeds een begrip in het Brabantse boerenland en ver daarbuiten. Opgericht om de levensomstandigheden en perspectieven van hardwerkende boeren en boerinnen te verbeteren. Dat heeft zijn vruchten meer dan afgeworpen. Tijdens dit jubileumjaar blikken we via Nieuwe Oogst, onze ledennieuwsbrief en via onze social media kanalen regelmatig terug op deze 125 jaar. En we maken hierbij de verbinding naar het heden en de toekomst.

Film 125 jaar NCB

Naar aanleiding van het 125-jarige bestaan van NCB zijn wij met Kinsmen Collective, de filmcrew, op bezoek geweest bij een zestal leden en hun families. Wij vroegen hen onder meer wat hen drijft in hun ondernemerschap en wat het betekent om samen met andere leden op te trekken en van betekenis te zijn.

In de film delen oud-ZLTO-bestuurder en oprichter van BMC Moerdijk Jan Wijnen, voormalig melkveehouder en campingeigenaar Theo en Oda Langeveldt, biologische vollegrondsgroenteteler Joost van den Oetelaar, varkenshouders Miriam Witlox en René Witlox, melkveehouders Robert Maas, Adrie en Marga Maas en fruitteler Rinus van 't Westeinde en hun families hun eigen verhalen.

De film vertelt in woord en beeld over het ontstaan en de ontwikkeling van NCB en koppelt de waarden 'Samen staan we sterk' en 'Samen krijgen we het voor elkaar' aan de levens en het werk van de zes families. Hun verhaal staat symbool voor alle andere leden die ZLTO vandaag de dag nog altijd tot een hechte en sterke club maakt met impact in de samenleving.

Wij bedanken Jan Wijnen, Theo Langeveldt, Joost van den Oetelaar, Miriam en René Witlox, Robert, Marga en Adrie Maas en Rinus van ’t Westeinde en hun families voor hun mooie verhalen.

 

 

Over NCB

Het was niemand minder dan de toenmalige Paus Leo XIII die pleitte voor samenwerking tussen arbeid en kapitaal en de vorming van vakbonden en coöperaties, die pater Gerlachus van den Elsen van abdij Van Berne in Heeswijk inspireerde om boeren te verenigen.

Pater van den Elsen.jpg

Van den Elsen wist in 1896 met zijn charisma, visie en organisatietalent veel boeren in beweging te brengen. Deze ‘boerenapostel’ uit Gemert stond aan de wieg van de NCB. Van landbouw had hij niet zoveel verstand, van organiseren des te meer. Een belangrijke drijfveer voor hem was de samenwerking van kleine boeren te stimuleren zodat ze zich niet langer hoefden te laten uitbuiten. De boerenbond kun je daarom zien als een sociale emancipatiebeweging. Dat was aan het einde van de negentiende eeuw echt vernieuwend en boeren waren dat niet gewend.

In no-time werden door heel Brabant NCB-afdelingen opgericht. Boerenbonden kwamen ook in andere delen van Nederland snel van de grond, met name in katholieke gebieden zoals bijvoorbeeld in Limburg, maar ook in Zeeuws-Vlaanderen, delen van Gelderland, Utrecht en Overijsselgebieden

In korte tijd groeide de NCB uit tot een toonaangevende organisatie die qua grootte en maatschappelijke betekenis de oudere Maatschappijen van Landbouw naar de kroon stak. De belangrijkste reden voor de snelle groei was dat de boerenbonden stevig geworteld waren in de dorpen en daarnaast kenden ze een sterk sociaal-maatschappelijk en cultureel-religieus verbinding. Daarnaast was er veel druk vanuit de plaatselijke kerk, onderwijzers en de gemeenschap om lid van de NCB te worden.

De boerenbond functioneerde als een beweging van, voor en door boeren. In de eerste jaren vonden vergaderingen van het NCB-bestuur plaats in de buurt van een uit alle windstreken goed bereikbaar station, zoals Boxtel. Pas in 1918 settelde de werkorganisatie zich aan de Spoorlaan in Tilburg en werkte het bestuur van hieruit.

Coöperaties

Belangrijk was de eigen verantwoordelijkheid en het zelf organiserend vermogen van de boeren en tuinders. Het accent lag op activiteiten dichtbij huis, in plaatselijke afdelingen. ‘Een groot deel van het succes was te danken aan de manier waarop samenwerking ook voor elke individuele boer economisch aantrekkelijk gemaakt werd. Dat uitte zich in de oprichting van vele coöperatieve organisaties zoals de boerenleenbank, aan- en verkoopcoöperaties, onderlinge verzekeringen en veilingen. Deze vormden in de laatste decennia van de 20e eeuw het fundament van grote internationaal opererende coöperatieve ondernemingen als Rabobank, Interpolis / Achmea, Agrifirm  Greenery en Vion.

Onderwijs

De wettelijke vrijheid tot oprichting van scholen (1920), gaf een geweldige impuls aan de NCB om scholen op en voor het platteland op te richten. De behoefte aan scholing onder de boerenzonen en -dochters was na de Eerste Wereldoorlog groot. Door de scholen van de NCB kwam er voor hen de mogelijkheid om een agrarische opleiding te volgen. Ook volgden later de agrarische huishoudscholen voor boerendochters. De NCB kreeg in de jaren twintig meer aandacht voor jongeren en boerinnen. Dat uitte zich in de oprichting van bonden voor jonge boeren en boerinnen. De NCB werd een gezinsorganisatie.

Tweede wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog zorgde ook in de agrarische sector voor een grote omslag. Eerst was het puinruimen en schade herstellen. Daarna ging de wederopbouw al snel gepaard met de eerste ontwikkelingen richting specialisering in sectoren en schaalvergroting. Voor veel jonge boeren was er geen plek meer op het Brabantse platteland, dat was een groot probleem. De emigratie naar de polders én het buitenland kwam daardoor in een stroomversnelling en de NCB begeleidde de emigranten bij deze grote stap met cursussen en advies.

Jaren ’50 en ‘60

Vanaf medio jaren vijftig en zeker in de jaren zestig ging de schaalvergroting versneld door. Dit was mede ingegeven door de filosofie van de overheid dat er in Nederland nooit meer honger geleden mocht worden zoals in de oorlogsjaren. Deze ontwikkeling werd gestimuleerd door de technische en economische bedrijfsvoorlichting van de overheid en maatregelen als ruilverkaveling. De NCB was enigszins terughoudend aangaande schaalvergroting en vond dat boerenbedrijven in eerste instantie gezinsbedrijven moesten blijven. Toch was er wel het inzicht dat je ook als boer met de vaart der volkeren mee moest gaan. Daarom was de NCB nauw betrokken bij de processen van streekverbetering in combinatie met ruilverkavelingen. Ook werd gestart met het geven van sociaal-economische voorlichting, de SEV, het begin van de betaalde dienstverlening.

De positie van boeren en tuinders in markt en maatschappij

Het is maar een kleine greep uit de legio gebeurtenissen en ijkmomenten in het 125-jarig bestaan van de NCB. Een leven met vele pieken en zeker ook dalen en alles behalve gelijkmatig en vanzelfsprekend. Zo is in het begin van de 20 eeuw de eerste coöperatie voor de vleeshandel faliekant mislukt, om maar een voorbeeld te noemen. Aan het eind van de 20e eeuw zijn diverse initiatieven om het mestprobleem op te lossen voortijdig gesneuveld. Alles gaat met vallen en opstaan.

Desondanks is de rode draad altijd duidelijk in het vizier gebleven van bestuurders en leden. Dat was de boeren een sterke positie geven in de markt en maatschappij. De kerngedachte hiervan is dat niet alles aan de markt of aan de overheid overgelaten kan worden, maar dat gebruik gemaakt wordt van de kracht en de verantwoordelijkheid van de mensen zelf. Het feit dat de boeren via de NCB vertegenwoordigd waren in de politiek én zich veel bewuster gingen organiseren in de markt, zorgde in combinatie met onderwijs en voorlichting voor een geweldige boost van het zelfvertrouwen.

ZLTO

Tot eind 1998 werkten de inmiddels geformeerde Zuid Nederlandse Maatschappij van Landbouw (ZLM, later ZMO) en de NCB onafhankelijk van elkaar. Vanaf 1 januari 1999 vormen ze samen met de Christelijke Boeren- en Tuindersbond (CBTB) de nieuwe ZLTO.

Daarmee verdwijnen ook de traditionele scheidslijnen tussen katholieke, protestants-christelijke en levensbeschouwelijk neutrale landbouworganisaties.

Meer weten over de geschiedenis van NCB, ZLTO of een van onze andere voorgangers?

In de afgelopen jaren zijn er diverse boeken verschenen over onze geschiedenis. Ton Duffhues, oud-medewerker van ZLTO heeft vele boeken over de historie van het boerenbestaan en coöperatievorming geschreven.