Historie

De eerste kiemen van de ZLTO zijn gezaaid in 1843 in Zeeland en 1851 in Noord-Brabant, met provinciale afdelingen van de Maatschappij van Landbouw. Het waren toen vooral welgestelde burgers en herenboeren die zich interesseerden voor de technische verbetering van de land- en tuinbouw. Met tentoonstellingen, congressen en landbouwcursussen waren deze Maatschappijen van Landbouw actief in bepaalde gemeenten en regio’s. Toch wisten zij de ‘gewone’ boeren nog niet echt te bereiken. Dat gebeurde aan het eind van de negentiende eeuw wel door de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) en regionale boerenbonden in Zeeuws Vlaanderen.

Tot eind 1998 werkten de inmiddels geformeerde Zuid Nederlandse Maatschappij van Landbouw (ZLM) en de NCB onafhankelijk van elkaar. Vanaf 1 januari 1999 vormen ze samen met de Christelijke Boeren- en Tuindersbond (CBTB) de nieuwe ZLTO. De traditionele scheidslijnen tussen katholieke (NCB), protestants-christelijke (CBTB) en levensbeschouwelijk neutrale (ZLM) landbouworganisaties zijn hiermee verdwenen. De ZLTO is vanaf die tijd de nieuwe organisatie op algemeen-christelijke grondslag voor een grote diversiteit van ondernemers in de groene ruimte. Met als uitdaging: de kracht van de verschillende tradities levend houden én nieuwe sporen voor de 21e eeuw uitzetten. Als kompas hiervoor dient de ZLTO-visie: Ondernemende agrariërs in markt en maatschappij. Op weg naar 2010.

Pater Gerlachus van den Elsen wist in 1896 met zijn charisma, visie en organisatietalent veel boeren in beweging te brengen. Deze ‘boerenapostel’ stond aan de wieg van de NCB. In korte tijd groeide deze bond uit tot een toonaangevende organisatie. Qua omvang, activiteiten en maatschappelijke betekenis stak de NCB de oudere Maatschappijen van Landbouw naar de kroon. De belangrijkste reden hiervoor was dat de boerenbonden een sterk sociaal-maatschappelijk en cultureel-religieus engagement kenden. De emancipatie van de boer en zijn gezin stond centraal.

De boerenbond functioneerde als een beweging van, voor en door boeren. Belangrijk was de eigen verantwoordelijkheid en het zelforganiserend vermogen van de boeren en tuinders. Het accent lag op activiteiten dichtbij huis, in plaatselijke afdelingen. Een groot deel van het succes was te danken aan de manier waarop samenwerking ook voor elke individuele boer economisch aantrekkelijk gemaakt werd. Dit ‘welbegrepen eigenbelang’ kreeg praktisch gestalte in tal van coöperatieve organisaties: van boerenleenbank tot aankoopcoöperaties, van onderlinge verzekeringen tot veilingen. Deze cultuur van gezamenlijk ondernemen is door de tijd heen verder ontwikkeld en is anno 2008 nog steeds een sterke troef van de ZLTO.

Met recht zijn de ZLTO-leden er trots op dat hun ouders en grootouders de kiem gelegd hebben van grote internationaal opererende coöperatieve ondernemingen als Rabobank, Interpolis, CHV Landbouwbelang, de Greenery en Vion. Het financiële aandeel dat zij destijds namen in bijvoorbeeld de verzekeringen (Interpolis) geeft nu ZLTO Participaties de mogelijkheid om te investeren in initiatieven die de positie van boeren en tuinders in markt en maatschappij versterken. Zo plukken de leden van de ZLTO nu de vruchten van de zakelijke én sociale inzichten van hun voorouders. Over samenwerking en duurzaam resultaat gesproken!

Zonder nieuwe kennis en kunde is verbetering van de agrarische bedrijfsresultaten en levensomstandigheden van boeren en tuinders niet mogelijk. Daarom heeft ‘kennis’ vanaf het allereerste begin op de agenda gestaan van de ZLTO. Op vele manieren is een bijdrage geleverd aan scholing en vorming van de agrarische bevolking, zowel op het technische, economische als sociaal-maatschappelijke vlak. Via congressen, tentoonstellingen, proefvelden, demonstraties, proefboerderijen, cursussen en scholen kwamen leergierige boeren en boerinnen aan hun trekken. Met die kennis over dieren, planten, bodem en bemesting op zak gaven zij de modernisering van de landbouw gestalte. En door dit aan te vullen met bedrijfseconomische inzichten en sociale vaardigheden ontwikkelden zij een veelzijdig ondernemerschap. Dat gebeurde lange tijd groepsgewijs en klassikaal, vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw kwam hier de individuele voorlichting en advisering bij. Eerst als een gecombineerde service van overheid en landbouworganisatie, vanaf ca 1990 als commerciële dienstverlening door de ZLTO in de vorm van zowel teamwerk (projecten) als maatwerk (individueel advies).

Anders dan in het verleden, hebben de boeren en tuinders nu een actievere rol in de ontwikkeling en toepassing van nieuwe kennis. De ZLTO stimuleert dat via de ontwikkeling van kenniscentra en de participatie in kennisnetwerken met praktijkcentra en opleidings- en onderzoeksinstituten. De geschiedenis wijst immers uit dat veel vernieuwingen niet in het laboratorium ontstaan, maar in de praktijk, bij inventieve boeren en tuinders die hun grenzen willen verleggen en nieuwe oplossingen zien voor nijpende vraagstukken.

Tot ver in de twintigste eeuw was de landbouw dominant aanwezig op het platteland in Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Gelderland. Een groot deel van de beroepsbevolking was werkzaam in de agrarische sector. De plattelandscultuur was een agrarische cultuur. Vooral na 1945 verminderde het aantal agrarische bedrijven sterk, terwijl de gemiddelde bedrijfsgrootte toenam als gevolg van schaalvergroting, specialisatie en sanering. Het platteland hield op een agrarisch platteland te zijn. De ZLTO en haar voorgangers hebben ruim anderhalve eeuw ervaring met duurzame plattelandsontwikkeling, niet alleen in economisch maar nadrukkelijk ook in sociaal-cultureel en politiek-maatschappelijk opzicht. Werken aan de emancipatie van de boeren en tuinders hield niet op bij het boerenerf. 

De problematiek van de schaarse ruimte speelde voortdurend een rol. Tot na 1945 maakte de landbouworganisaties zich met de overheden sterk voor het verwerven van meer landbouwgrond via ontginning en betere afwatering. In de jaren vijftig kwam de ommekeer: gronden werden aan de landbouw onttrokken voor woningbouw, industrie, wegen, natuur, recreatie, waterberging etc. In de belangenstrijd om de ‘grond’ heeft de ZLTO steeds voor een netwerkbenadering gekozen: op alle niveaus mét overheden en andere belangengroeperingen zoeken naar een optimaal resultaat voor de boeren en tuinders, zonder het algemeen belang uit het oog te verliezen. En daarnaast de hand in eigen boezem steken: onderzoeken wat op eigen initiatief kan gebeuren aan bijvoorbeeld een efficiëntere inrichting en verkaveling, ontwikkeling en beheer van agrarische natuur, behoud van cultuurhistorische landschapselementen, waterbeheer etc. De gebiedsontwikkeling die nu binnen de ZLTO actueel is, ligt in het verlengde van de streekverbeteringen die in de jaren vijftig plaatsvonden. Beide concepten staan voor een integrale benadering waarbij via het ruimtelijke, economische, sociale én bedrijfsmatige spoor gewerkt wordt aan een duurzame landbouw in een duurzaam platteland. 

De geschiedenis van de ZLTO laat zien dat een vrije en democratische organisatie van boeren en tuinders een belangrijke maatschappelijke rol vervult. De ZLTO en haar voorgangers hebben zich geprofileerd als een sterke factor in het maatschappelijk middenveld. De kerngedachte hiervan is dat niet alles aan de markt of aan de overheid overgelaten kan worden, maar dat gebruik gemaakt wordt van de kracht en de verantwoordelijkheid van de mensen zelf.

Deze filosofie is geënt op een bewuste keuze van persoonlijke én maatschappelijke kernwaarden. De eerste hiervan is de gedrevenheid door een visie over de betekenis en vormgeving van de land- en tuinbouw op de langere termijn. Niet kiezen voor de waan van de dag en het korte termijn gewin maar het lange termijn perspectief en een duurzaam resultaat centraal stellen. Dat past ook het best bij de aard van het boerenbedrijf waar kiezen voor het rendement op de korte termijn fnuikend kan zijn voor het voortbestaan. De tweede kernwaarde is betrokkenheid. De onderlinge betrokkenheid van boeren en tuinders is het fundament van de ZLTO als dynamische vereniging. Die betrokkenheid is door de tijd heen steeds aangepast aan nieuwe behoeften en mogelijkheden. Als rode draad bleef de sterke beleving van het wij-gevoel en de aandacht voor de sociale problematiek van leden en hun gezinnen en voor de collega-boeren elders op de wereld. De derde kernwaarde is professioneel en heeft betrekking op de leden, de bestuurders en de medewerkers van de ZLTO. Ook deze kernwaarde is te herkennen als een belangrijke krachtlijn in de geschiedenis van de ZLTO. De boeren en tuinders voelen zich verantwoordelijk voor een goed en veilig product en hun omgeving en hebben met ondersteuning van hun organisatie voortdurend gewerkt aan hun kennis, houding en vaardigheden om dit zo professioneel mogelijk te doen. De bestuurders en medewerkers hebben op hun beurt steeds voor de uitdaging gestaan om leiderschap en inspiratie te tonen, toonaangevend te zijn, verbindingen te leggen binnen en buiten de agrarische sector, en hun kennis en vaardigheden up to date te houden.

Elke periode in de geschiedenis van de ZLTO kent haar eigen repertoire van actuele vraagstukken, oplossingsrichtingen en werkvormen. Pater G. van den Elsen zou zich in zijn graf omdraaien als hij een modern glastuinbouwbedrijf of varkenshouderij zou zien. En toch: het levensverhaal van de ZLTO is gevlochten om een aantal krachtige rode draden, die nog lang niet aan slijtage onderhevig zijn. Integendeel, ze vormen ook voor de ZLTO vandaag een belangrijke inspiratiebron voor het werken aan een betere toekomst voor haar leden, de agrarische sector en de samenleving als geheel.

Kijk voor foto's en films over onze historie in de Film- en Fotobank Noord-Brabant.